Column: Wed in economie nooit op één paard

Het Financieel Dagblad schetste onlangs een zorgwekkend beeld van het Leiden Bio Science Park. De onstuitbare groei lijkt voorbij. Bedrijven hebben het moeilijk, investeringen staan onder druk en de vanzelfsprekendheid waarmee Leiden jarenlang als dé biotechhoofdstad van Nederland werd gezien, is verdwenen. Tegelijkertijd wijzen bestuurders er terecht op dat het ecosysteem nog altijd van wereldklasse is en dat de fundamenten sterk zijn.

Dat is geen reden tot paniek. Maar wel een reden om een les uit de eigen geschiedenis serieus te nemen.

Lakenindustrie

Leiden weet namelijk als geen andere stad wat er gebeurt wanneer je economisch afhankelijk wordt van één sector. Eeuwenlang draaide de stad op de lakenindustrie. Die bracht ongekende welvaart, werkgelegenheid en internationale faam. Tot de concurrentie toenam, de markt veranderde en de industrie in de achttiende eeuw instortte. De gevolgen waren dramatisch. Leiden belandde in een langdurige economische neergang waarvan de stad pas in de decennia na de Tweede Wereldoorlog herstelde. Gedurende die periode woonde een groot gedeelte van de Leidenaren in barre omstandigheden en kende de stad grote armoede.

Juist daarom zou Leiden vandaag de dag nooit meer op één economisch paard moeten wedden.

Grootste economische motor

Dat betekent niet dat het Bio Science Park minder belangrijk is. Integendeel. Het is en blijft een van de grootste economische motoren van de regio en verdient alle steun die het nodig heeft. Innovatie, wetenschap en medische doorbraken zijn van onschatbare waarde voor Leiden én Nederland. Ook nu trekt het park nog altijd grote investeringen aan en blijft het internationaal een toonaangevend cluster.

Maar een verstandige stad bouwt meerdere pijlers onder haar economie.

De historische binnenstad als tweede pijler

De meest voor de hand liggende tweede pijler ligt letterlijk aan de andere kant van het station: de historische binnenstad. Leiden bezit een unieke combinatie van monumenten, musea, horeca, winkels, evenementen, grachten en cultuur. Dat is geen luxeproduct, maar een economische sector van formaat. Elke bezoeker die een museum bezoekt, op een terras zit, een winkel binnenloopt of een hotel boekt, zorgt voor werkgelegenheid en investeringen.

Misschien nog belangrijker: een sterke bezoekerseconomie is niet alleen goed voor bezoekers, maar vooral voor Leidenaren zelf.

Voorzieningen voor bewoners

Want een bruisende binnenstad zorgt ervoor dat winkels kunnen blijven bestaan, de bibliotheek aantrekkelijk blijft, musea kunnen groeien, culturele instellingen floreren en horeca kan investeren in kwaliteit. De voorzieningen waar bewoners dagelijks gebruik van maken, worden mede mogelijk gemaakt door de bezoekers die geld uitgeven in de stad.

Economische spreiding maakt een stad bovendien weerbaarder. Als één sector tijdelijk tegenwind krijgt, blijft de stad draaien dankzij andere sterke economische pijlers. Dat is precies de les die de geschiedenis van de Leidse lakenindustrie ons leert.

Economische veerkracht

De discussie over het Bio Science Park zou daarom niet moeten eindigen met de vraag hoe we de biotechsector versterken. Die vraag is belangrijk, maar onvolledig. De echte vraag is hoe Leiden ervoor zorgt dat de stad over twintig of dertig jaar nog steeds economisch veerkrachtig is.

Het antwoord ligt in én-én.

Blijf investeren in wetenschap, innovatie en het Bio Science Park. Maar investeer tegelijkertijd minstens zo ambitieus in een aantrekkelijke, levendige en cultureel sterke binnenstad. Niet omdat dat leuk is voor bezoekers, maar omdat het de economische basis van Leiden verbreedt en de kwaliteit van leven voor iedere Leidenaar vergroot.

De geschiedenis heeft ons al eens geleerd wat de prijs is van afhankelijkheid. Het zou zonde zijn als we die les vergeten.

– Gijs Holla, centrummanager Binnenstad Leiden

 

‘Een verstandige stad bouwt meerdere pijlers onder haar economie’

Blijf op de hoogte van ontwikkelingen in de binnenstad